18-03-12

Inheemse volkeren uit de Andes spreken zich uit over duurzame ontwikkeling en Rio+20

De inheemse volkeren uit de Andes zullen eind juni 2012 met hun coördinatiegroep CAOI aanwezig zijn op de VN-Conferentie over Duurzame Ontwikkeling, Rio+20. Ze zullen er hun voorstellen inbrengen. De vraag is alleen of de westerse landen er genoeg aandacht zullen aan besteden of liever voorrang zullen geven aan hun eigen belangen.

Het lange globale proces naar Rio+20 - Mededeling van CAOI (Coordinadora Andina de Organizaciones Indigenas, Coördinatie van de inheemse volkeren uit het Andesgebergte)

De inheemse volkeren uit de Andes en hun organisaties bereiden zich voor om deel te nemen aan Rio+20. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat we veel te bieden hebben: onze traditionele kennis en onze voorouderlijke praktijken met betrekking tot het gebruik en het behoud van water, onze rijke natuurlijke en sociale biodiversiteit, ons concept van 'het goede leven' (el buen vivir).

De wereld zou moeten begrijpen dat de markt geen haalbare oplossingen biedt. De enige uitweg is dat we de kapitalistische logica van productie en consumptie ombuigen; en dat elk project de mensenrechten moet respecteren en ook de collectieve rechten van iedereen.

Om ons in de huidige context te situeren en een project voor de toekomst te formuleren, willen we voorstellen doen en moeten we weten hoe de globale en wereldwijde discussie over ontwikkeling en milieu er nu uit ziet.

Context van de discussies

Er zijn veel dingen veranderd in de wereld sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het thema 'milieu' werd op de publieke agenda gezet. Toen begonnen de geïndustrialiseerde landen de levensvatbaarheid van een model van steeds groeiende productie en consumptie te bevragen; een model dat steunde op de toenemende consumptie van olie voor de energiebevoorrading. Toen ook kwamen de verschillende uitingen van de crisis naar voren: de conflicten in het Midden-Oosten, bijvoorbeeld, die de olieprijzen de hoogte injoegen.

Toen formuleerde een internationale commissie het rapport: 'Grenzen aan de groei', een document dat aan de basis lag van de bijeenroeping van de Eerste Wereldconferentie over Milieu en Ontwikkeling, die in de Zweedse hoofdstad Stockholm plaatsvond in 1972.

Daar werd een eerste diagnose gemaakt van de ecosystemen en werden de problemen van de klimaatverandering onder ogen gezien. Voor het eerst was er sprake van het zoeken naar een model dat de economische groei niet als enige maatstaf zou hebben.

In deze discussies werd het concept van duurzame ontwikkeling gelanceerd. Men ging op zoek naar een economisch model dat de beschikbaarheid van hulpbronnen voor de toekomstige generaties niet in gevaar zou brengen.

Twaalf jaar later, in oktober 1984, kwam voor het eerst de Mondiale Commissie over het Milieu en Ontwikkeling samen. De Algemene Vergadering van de VN had opgeroepen om een globale agenda voor verandering op te stellen. Die Commissie heeft in april 1987 haar rapport 'Onze gemeenschappelijke toekomst' vrij gegeven waarin ze oproept om de mogelijkheden voor een economische groei op basis van duurzaamheid te onderzoeken.

We kunnen dus constateren dat de wereld de crisis van het systeem  min of meer erkent. Maar men stelt geen radicale verandering voor, alleen maar wat maatregelen die de pijn verzachten. Men kon niet voorzien dat de economische macht van multinationale ondernemingen zich ook als een steeds grotere politieke macht zou consolideren.

Rechten van de Inheemse Volkeren

Parallel met deze discussie ontwikkelde zich ook een ander proces: namelijk de opkomst van de beweging van de Inheemse Volkeren, ook op internationaal vlak. In de jaren zestig en zeventig verschenen de eerste nationale organisaties; in de jaren tachtig waren er al regionale bijeenkomsten; en nu worden er al internationale conferenties gehouden.

Dan komt de Wereldraad van Inheemse Volkeren tot stand, die voornamelijk gevormd wordt door organisaties uit Noord-Amerika, Europa en het Amazone-gebied. Die beginnen dan de perspectieven van de Inheemse Volkeren op het voorplan te zetten. Die werden vroeger slechts behartigd door de vertegenwoordigers van de regeringen in organen zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO in Genève), waarvan de algemene conferentie in 1989 het Verdrag 169 betreffende Inheemse en Tribale Volkeren in onafhankelijke landen opstelde.

Bijna twee decennia later, in september 2007, heeft de Algemene Vergadering van de VN de Verklaring over de Rechten van Inheemse Volkeren aangenomen.

De Wereldmilieuconferentie van Rio'92

De conferentie van Rio'92 maakt het mogelijk om de rechten van Inheemse Volkeren te bekijken in hun relatie tot de milieuproblematiek. Tot dan toe werden die twee zaken los van elkaar gezien. Voor de eerste keer werden die nu ook in verband gebracht met natuurlijke diversiteit en biodiversiteit in het besef dat de meeste regio's met hoge biodiversiteit in inheemse gebieden gelegen zijn.

Deze erkenning komt voort uit de aandacht voor de voorouderlijke kennis en zo komt ze terecht in het Verdrag inzake biologische diversiteit, goedgekeurd in 1992.

In Rio'92 werd gezegd dat de VN-lidstaten de controle van de inheemse volkeren over hun territoria moesten verzekeren, met inbegrip van de heilige plaatsen waar men de rijkste biodiversiteit ter wereld vindt. Zij moeten ook zorgen voor participatie van de inheemse bevolking bij het behoud en het verstandig gebruik van hun omgeving. En ze moeten onze traditionele kennis respecteren.

De officiële documenten van Rio'92 laten duidelijk zien waar de bedreigingen voor onze inheemse territoria en ons leefgebied zitten: namelijk in de mega-infrastructuurprojecten, in de mijnbouw, in de  olie- en gaswinning, de bosbouw, in de monocultuur en de agrobusiness. Die zijn allemaal oorzaak van de migratie van de Inheemse Volkeren.

De Agenda 21 wordt aangenomen, met specifieke lijnen, indicatoren en termijnen die vervolgens zijn opgenomen in het Kyoto-protocol. Het thema van de armoede wordt toegevoegd aan het debat over duurzame ontwikkeling.

Het debat over milieu en ontwikkeling brengt mee dat er nieuwe internationale organisaties tot stand komen: het Globaal Milieu Forum, de Conventie over de waterrijke gebieden of het Verdrag van Ramsar, het Verdrag inzake de bescherming van cultureel en natuurlijk erfgoed van de UNESCO, het Forum van de VN over de Wouden, het Mondiale fonds voor het Milieu, het VN-Programma over het Milieu en het VN-Raamverdrag inzake Klimaatverandering.

Ernstige achteruitgang

Tien jaar na Rio'92 vindt er in Johannesburg (Zuid-Afrika) een top plaats die een serieuze achteruitgang betekent voor de rechten van de Inheemse Volkeren.

Vanuit de organisatie van de Top van Johannesburg werden de sociale bewegingen en de NGO's afgeremd. Ze werden zelfs tegengewerkt en hun materiaal werd in beslag genomen. Daar wordt openlijk gepleit voor een 'groene economie' namelijk de vermarkting van de natuur met de bedoeling om de crisis op economische, sociaal, ecologische en ook politiek vlak te legitimeren.

Het neoliberalisme zegevierde in Johannesburg, de belangen van de multinationals en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) krijgen voorrang. De financiering voor de bescherming van het milieu gaat drastisch achteruit.

Dit is het globale proces dat ons leidt naar Rio+20, waar de inheemse bevolking moet aanwezig zijn om belangrijke kwesties op de agenda te zetten: onder meer de nadruk op de territoriale rechten, de culturele en biologische diversiteit, de balans van de doelstellingen van Rio'92, de bescherming en bevordering van voorouderlijke kennis, de participatie, het overleg en de voorafgaandelijke instemming na een vrije en goede informatieronde.

Lima, 12 maart 2012.

Bron : Coordinadora Andina de Organizaciones Indigenas (Coördinatie van de inheemse volkeren uit het Andesgebergte)

11:37 Gepost door Martina Roels | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.